Opvoeding

8 x hoe jij er voor zorgt dat je kinderen elkaar in de haren vliegen

24 april 2020
ruzie tussen broertjes en zusjes

Rivaliteit tussen tussen broers en zussen komt in veel gezinnen voor. Meestal komt het doordat kinderen aandacht van hun ouders willen. Het kan erg vervelend zijn. En lijken alsof je kinderen altijd ruzie met elkaar maken. Ze alleen maar elkaar in de jaren vliegen en jij als politieagent daar tussen zit. Maar als ouders werken we die rivaliteit tussen tussen broers en zussen soms onbewust in de hand.

Ik ben opgegroeid in een gezin met vier kinderen. Twee broertjes en 1 zus. Vooral mijn zus en oudste broertje vlogen elkaar regelmatig in de haren. Als middelste kind zat ik daar vaak letterlijk tussen. Iets wat ik erg vervelend vond. 

8 x hoe ouders bijdragen aan rivaliteit tussen tussen broers en zussen

Rivaliteit tussen tussen broers en zussen

Als ik naar mijn eigen kinderen kijk, is er een stuk minder onderlinge strijd. Dat wordt ook duidelijk uit onze video’s. Vaak krijg ik als reactie dat ze zo lief zijn met elkaar. Nu kan ik voor video’s natuurlijk de mooiste momenten kiezen en de minder mooiere weglaten. Maar dat hoef ik zelden te doen. Natuurlijk is er wel eens ruzie. Vallen er woorden en zo nu en dan vliegen ze elkaar ook wel eens letterlijk in de haren. Toch zijn die momenten heel zeldzaam. Over het algemeen zijn ze heel lief. Niet iets waar ik over op hoef te scheppen. Sommige kinderen zijn muzikaal of begaafd. Mijn kinderen zijn dat dus weer niet. Maar in een wereld waar je alles kunt worden wat je maar wilt, vind ik het best wel prettig dat ze gewoon erg lief naar elkaar toe zijn. En als moeder probeer ik hier heel bewust aan bij te dragen. Er zijn dingen die ik doe en dingen die ik heel bewust laat. Wat dat zijn? Dat lees je hieronder.

Van dingen een competitie maken

Het lijkt zo onschuldig om je kind uit te dagen dingen te doen door er een wedstrijdje van te maken. Misschien herken je het ook wel bij jezelf dat je dit doet. Dingen zegt als “Wie het eerst haar boterham op heeft”. Of “Wie het eerst alle speelgoed in de speelgoedkist heeft opgeborgen.” Misschien geef je het kind dat dit het snelst doet ook nog wel een beloning. Bij vele kinderen zorgt dit ervoor dat z e bloed fanatiek bezig gaan. Je wilt natuurlijk niet verliezen van een jongere broertje of zusje. En misschien als jongetje wel niet van een meisje. Maar bij een wedstrijd heb je winnaars en verliezers. Het kind dat verliest, hoe voelt ze zich? Misschien je kind wel niet zo snel of behendig zoals de anderen. Daarnaast: als jij wilt dat je kinderen er mee stoppen om overal een strijd van is het opvoedkundig natuurlijk niet zo handig om van dingen een wedstrijd te maken.

Ze met elkaar vergelijken

Mijn oudste broertje kon al heel jong klokkijken. Ook was hij goed in cijfers. Als we Monopoly speelden, wist hij beter wat de bedragen waren dan mijn zus en ik die 2 jaar ouder waren. Terwijl hij qua leeftijd nog te jong was om Monopoly te spelen. Mijn moeder liet maar al te graag aan mijn zus en mij doorschemeren hoe knap ze dit vond. En vertelde dit ook vol trots aan anderen.

En inderdaad als het op getallen aankomt, ben ik er nog steeds extreem slecht. Ik kan absoluut niet rekenen. Haal getallen door elkaar terwijl ik verder best slim ben.  Waarschijnlijk heb ik iets wat ze tegenwoordig dyscalculie zouden noemen. Maar ondanks dat ben ik de enige in mijn gezin die gestudeerd heeft en een hoger onderwijs diploma haalde. Intelligentie zegt dus niks over doorzettingsvermogen. De reden waarom dit vooral uit mijn jeugd mij is bijgebleven komt vooral door hoe ik mij hierdoor voelde. Dom. Het ondermijnde mijn zelfvertrouwen. Maar droeg ook niet bij aan het ontdekken dat ik uniek ben en goed op mijn eigen manier.

Als kind maakte ik al de keuze om mijn toekomstige kinderen nooit met elkaar te vergelijken. Niet qua intelligentie, lichaamsbouw of sociale vaardigheden. Natuurlijk zie ik de verschillen tussen mijn kinderen onderling ook. Ik kan ze zelfs benoemen. Maar je zult mij niet horen zeggen “Kijk eens naar je zusje hoe goed zij haar bord leeg eet, waarom kun jij dat nu niet?” of “Je zusje is jonger dan jij en kan al….. “Daarnaast zal ik bepaalde eigenschappen ook niet met anderen bespreken in hun bijzijn. Niet alleen geef ik ze door dit soort opmerkingen het gevoel dat ze niet goed genoeg zijn. Ook kan het er voor zorgen dat ze een hekel krijgen aan hun broertjes of zusjes. In plaats daarvan focus ik me op wat mijn kinderen uniek maakt. Dat ze er mogen zijn zoals ze zijn en dat dat voldoende is.

Een kant kiezen

Als ouders hebben wij zelf een groot aandeel in de rivaliteit tussen onze kinderen. Door ze met elkaar te vergelijken, maar ook door bijvoorbeeld een kant te kiezen. Heeft Chloé ruzie met haar zussen? Dan is het natuurlik heel verleidelijk om Grace en Bailey te bestraffen omdat Chloé jonger is en zij de oudsten dus de wijsten zijn. Daarmee ga ik voorbij aan het feit dat Chloé af en toe een enorme draak is. Een meisje die ook best wel de grenzen opzoekt en er soms net overheen gaat. Ze mag dan wel een stuk jonger zijn, dat betekent niet automatisch dat ik in elke ruzie met haar zussen de oudere kinderen er op aanspreek. Zo jong als ze is, laat ik Chloé ook al reflecteren op haar eigen gedrag.

Kinderen labelen

Met vier kinderen heb ik voldoende labels om uit te kiezen. Toch draagt het labelen van kinderen onbewust bij aan rivaliteit tussen tussen broers en zussen. Ik zou Grace kunnen omschrijven als mijn slimme gymnasiast, Bailey als mijn sportieve dochter en Chloé als mijn creatieve kleuter. Toch waak ik ervoor om dat te doen. Allereerst omdat bepaalde labels verwachtingen scheppen. Ten tweede ook omdat het kan bijdragen tussen onderlinge jaloezie. Misschien wil mijn slimme kind ook wel gewoon sportief zijn of creatief. En als laatste als ik mijn ene kind label als creatiefste, zet dat ook meteen de toon voor de anderen. Hoe voelt mijn kind zich dat wel van knutselen houd, iets minder creatief is maar wel haar best doet? Of as het gaat om intelligentie hoe voelt mijn dochter zich die een lager schooladvies krijgt?

Ruzies oplossen

Bij rivaliteit tussen tussen broers en zussen ben je als moeder snel geneigd om je in de ruzie te mengen. Door bijvoorbeeld “Houd eens op met dat gedoe/geschreeuw!” te zeggen. Vaak werkt dit juist tegenovergesteld. Je lost de ruzie niet op. Van zichtbaar verplaatst het zich dan vaak naar onzichtbaar en  suddert het verder. Zoals ik al eerder schreef is het belangrijk om je kinderen te leren mentaliseren. Zich bewust te maken van hun eigen emoties, maar ook die van de ander. Het probleem duidelijk te maken en de onderliggende emoties te kunnen benoemen. Moedig je kinderen aan om onderlig een oplossing voor het probleem te zoeken. Daardoor krijgen ze samen een goed gevoel.

Straffen waar een ander bij is

Als je werkt een een goede manager of teamleider hebt, zal hij je niet publiekelijk corrigeren. Maar apart in een gesprek onder vier ogen. Datzelfde principe zou je ook moeten toepassen als het om je kinderen gaat. Straf of corrigeer ze niet in het bijzijn van hun broertjes of zusjes. Dit draagt er alleen maar aan bij dat ze zich schamen. Bovendien, als mijn kinderen zich misdragen wil ik niet alleen op het negatieve gedrag reageren. Liever wil ik weten waar het vandaan komt. Waarom mijn kind doet wat het doet. tot die diepere kern komen, betekent meestal dat we toch wel even een serieus gesprek hebben. Waarin zij zich kwetsbaar opstelt en ik ook. Dit alles lukt een stuk minder goed onder toeziend oog van de andere kinderen.

Daarnaast kunnen kinderen ook meedogenloos zijn naar elkaar toe. Het kind dat geen straf krijgt kan het andere kind gaan lopen  jennen of uitdagen. Voorkom dit door er een gewoonte van te maken je kinderen onder vier ogen te corrigeren.

Hun gevoelens belachelijk maken

Kinderen die om niks en alles huilen. Van nature ben ik daar erg allergisch voor. Ik ben niet het type moeder die zegt “ik zal je een reden geven om te huilen’. Toch vind ik het een uitdaging om er mee om te gaan. Maar als er iets is wat ik geleerd heb, dan is het om mijn kinderen niet te vertellen hoe ze zich moeten voelen. Allereerst helpt het niet. Mijn kind voelt zich nu eenmaal zo. En op zich de emotie is niet slecht. Hoe het er mee omgaat daar kan ik in sturen of begeleiden. Als ik mijn kinderen vertel hoe ze zich moeten voelen, leer ik ze onbewust ook aan dat ze niet op hun gevoel mogen vertrouwen. En dat draagt natuurlijk niet bij aan mentaal gezonde kinderen.

Toon wat empathie daar leert je kind meer van dan dat je haar emoties belachelijk maakt. Of vertelt hoe ze zich moet voelen. Zo kan ik een driftbui van Chloé in goede banen leiden door op te merken “Ik weet dat je boos bent op je zussen omdat je niet mee mag doen met hun Tik Tok dansjes. Daar zou ik ook verdrietig over zijn. Denk je dat je dat je ze dat gewoon kunt vertellen zonder te slaan en schreeuwen?”

Dwingen om te delen

“Samen spelen, samen delen”, dat zegt Chloé nog wel eens. Zo nu en dan moet ik er om glimlachen. Eigenlijk is het dan een verkapte eis. Haar zus was helemaal niet met haar aan het spelen, maar Chloé probeert zich erin te mengen ook ook alvast de regels te maken. Haar zussen zijn inmiddels oud en adrem genoeg om dit te doorzien. Op te merken dat ze helemaal niet samen speelden en er dus niet gedeeld gaat worden.

Op zich vind ik delen een goede eigenschap. Maar in elk huishouden zijn er wel ruzies over dingen die gedeeld moeten worden. Lossen we deze minidrama’s op door het weg te nemen, of onze kinderen te dwingen te delen. Natuurlijk wil ik dat mijn kinderen leren om te delen. Maar totdat ze dit kunnen wil ik hier zo min mogelijk ruzie over. Dus is mijn oplossing “Chloé Bailey was hier eerst mee aan het spelen. Je moet wachten totdat Bailey er mee klaar is. Of Bailey wil jij het NU al met Chloé delen?”

Ook leuk om te lezen:

Rivaliteit tussen kinderen voorkomen

Liefs Josan

Volg jij mij ook al via Google+Bloglovin’Twitter, Instagram, Facebook of YouTube?

    Praat mee!

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.