Family Diary Persoonlijk

Kraamweek nachtmerrie deel 2

17 mei 2015
Kraamweek nachtmerrie deel 2-GoodGirlsCompany-baby met hersenvliesontsteking-Meningitis bij baby-ervaringen Kraamweek

In Kraamweek nachtmerrie deel 1 kon je lezen hoe op de 9de dag na haar geboorte mijn dochter de diagnose hersenvliesontsteking ontsteking kreeg. Gammel als een garnaal bleef ik alleen achter in de wachtkamer van het ziekenhuis.Vechtend tegen tranen en de onbeschrijfelijke angst om vlak na de bevalling je pasgeboren kind te verliezen.

Terwijl het medisch personeel druk bezig was de benodigde tests uit te voeren en kweekmateriaal te verzamelen zat ik ontredderd in de wachtkamer. Telefoon bij de hand, niet wetend hoe lang het zou duren voordat ik weer met mijn dochter herenigd werd. Ook moest ik zelf nog even langs een gynaecoloog voor een interne controle.
Versuft liet ik alles over mij heenkomen. Niks leek mij meer te raken. Als ik ziek was, dan was ik maar ziek. Ik kan dat wel handelen dacht ik bij mijzelf. Ik wilde naar mijn dochter. In de afgelopen 9 dagen was ik nog nooit zo lang van haar zijde geweken. Het voelde tegennatuurlijk. Na wat een eeuwigheid leek te duren, mocht ik bij haar.

Daar lag ze in zo’n plastic bedje aangesloten op slangetjes en apparatuur. Alleen nog een luier en sokjes aan. Moederziel alleen en met een verhoogde hartslag van alle stress en pijn. Ik mocht haar niet vasthouden en kon niks anders doen dan mijn hand zacht op haar lijfje te plaatsen en tegen haar te praten. Ook al kende ze mij dan net 9 dagen, mijn aanwezigheid en stem kalmeerden haar. Het deed mij goed te zien dat hoe machteloos ik mij ook voelde dit zoveel voor haar betekende.  Maar ik kon meer voor haar doen. Ze moest melk hebben. Wetende dat mijn moedermelk het enige was wat haar ‘s nachts aan mijn aanwezigheid deed herinneren, was mijn motivatie om te kolven erg groot. In het ziekenhuis hadden ze een aparte kolfruimte waar ik al snel mijn weg vond.

Een reusje met hersenvliesontsteking

Ook vond ik mijn relativeringsvermogen weer. Op de afdeling neonatologie lagen prematuur geboren kindjes van soms 28 weken. En daar lag Miss B. Een volgroeide baby van 9 dagen oud. Tussen die kleine hummeltjes leek ze echt een reusje. Maar net zoals een prematuur kindje moest ook zij vechten voor haar leven. De overlevingskansen hingen aan een zijden draadje. Tegen de avond kreeg ik bevestiging van de gevreesd diagnose: hersenvliesontsteking.
Artsen waren nog steeds bezig te achterhalen waardoor dit veroorzaakt werd. We moesten maar niet uitgaan van een positief einde. Als ze de nacht overleefde was er meer hoop. Lamgeslagen door alle negatieve berichtgeving en ook lichamelijk op, droop ik af naar huis. Inderdaad ‘ s avonds was ik weer thuis maar wel zonder mijn kindje.

Ik was verdrietig maar ook boos. Het enige wat ik na de zware zwangerschap had gewild was rust. Rust om al het gedoe te vergeten. Met het verliezen van een kind had ik geen rekening gehouden. Ik was 26 jaar en vond mijzelf te jong voor zulke heftige gebeurtenissen. Ik was er simpelweg gewoon niet klaar voor om afscheid van mijn kind te nemen. Haar op te geven. Waar was ik anders 9 dagen eerder voor bevallen?! Het maakte me woest dat artsen haar overlevingskansen zo klein inschatten. Samen hadden we ons door deze zwangerschap geworsteld. Just the two of us. Ze was dan misschien wel niet helemaal gepland, maar ze was er. En ik was er inmiddels vol van overtuigd dat het zo moest zijn.

Geen devoot buigend hoofdje van mijn kant en prevelende lippen die zoude zeggen ” De Here heeft besloten Zijn naam zij geprezen”. Ik was het er niet mee eens en had er ook geen moeite mee om dit kenbaar te maken. Gelovig of niet ik kon het niet opbrengen om te bidden omdat ik niet wist wat ik moest zeggen. Maar als jezelf soms de woorden niet kan vinden is het goed om je verdriet met anderen te delen en het aan hen over te laten. Ik stuurde een bulkmail uit naar mijn kerk en al mijn gelovige vrienden. Kort legde ik de situatie uit en verzocht hen te bidden. Uiteindelijk hebben artsen niet het laatste woord. Zoals verwacht werd dit opgepakt. In de loop van de week schudde ik de verlammende angst van mij af en vond mijn eigen woorden voor een gebed. Natuurlijk ging ik voor genezing maar ik had meer vrede met als het niet zo mocht zijn.

Het leven gaat door

Verder ging het leven knallend hard door. Hoe leg je een peuter uit dat het zusje dat ze eerder gekregen had er nu niet is? Stond de melkproductie ook niet stil. Met een gehuurde kolfmachine, kolfde ik dagelijks een voorraadje melk voor Miss B. Ik bezocht haar zoveel als mijn herstellende lijf het toeliet. Een uitputtingsslag maar ik wilde bij mijn kind zijn. Of ik nu van vermoeidheid in slaap viel op de stoel naast haar bedje of niet. Ik wilde herinneringen maken. Diep in mij opnemen wie ze was voordat het misschien te laat was… .

Dagelijks kwamen artsen kijken en hielden ze ons op de hoogte van haar status. Ze lag aan de antibiotica. Het zou een paar dagen duren voordat dit mogelijk effect had. Bovendien had ze in het ziekenhuis nog een extra virus opgelopen waardoor er een waarschuwend vlaggetje bij haar bedje stond. Men maakte hersenscans om de schade te monitoren en om beter uitspraken te kunnen doen over wat de blijvende schade zou zijn als ze het overleefde. Zou ze doof zijn, blind een waterhoofd krijgen?
Als moeder vond ik het een vreselijke gedachte dat mijn kind mij mogelijk niet zou kunnen horen. De hoortest die ze vlak na haar geboorte had gehad was positief. Ik was niet voorbereid op een doof kindje. Inmiddels mocht ik haar vasthouden en dan zong ik dagelijks liedjes voor haar omdat ik zag dat mijn stem haar kalmeerde. Ze reageerde er op. Omdat kwijt te raken…ik wist niks van gebarentaal! Bovendien hoe leerde ik dat Miss G. aan?!

Een nieuw jaar vol onzekerheid

Het voelde heel dubbel om 2009 in te gaan met zoveel onzekerheid. Zou ze het overleven of zou ik dit jaar mijn kind begraven? Stel dat ze het overleefde wat hield ze er dan aan over? Het geplande kraamfeest dat aan het eind van de maand zou zijn, voelde helemaal misplaatst. Maar bij het maken van het geboortekaartje waren we natuurlijk nooit van dit scenario uitgegaan.

Elke dag kregen we een update over haar toestand. Gek genoeg wen je er aan. Aan met artsen praten en de procedures die ze volgen. Men was nog steeds op zoek naar wat dit nu veroorzaakt had. Was het een bacterie of virus. In eerste geval waren de consequenties erger dan in tweede geval waarbij je lichaam het zelf moet aanvechten.
De kweekjes hadden nog even de tijd nodig voordat ze duidelijkheid gaven. Tot die tijd verkeerden we in onzekerheid. Ze leek het goed te doen, was de eerste paar nachtjes goed door gekomen. Hoe meer dagen ze overleefde, hoe meer ik mij vastklampte aan de gedachte dat ze het misschien kon overleven. Wat eerst een klein vlammetje van hoop was geweest werd een vuur. Ik hervond mijn geloof en bovenal hoop. Dit kleine vechtertje zou iedereen versteld doen staan. Daar was ik van overtuigd.

Je hebt van die momenten waarop je precies weet waar je was en wat je deed. Dat heb ik ook met het verlossende telefoontje van de arts. Ik zat rechtop in bed een update te typen voor het familieblog terwijl ik radio luisterde, toen mijn man binnenkwam met de verlossende mededeling: het was de virus variant!
Hier kon men niks tegen doen maar zouden de antistoffen in haar lichaam zelf korte metten mee moeten maken. Met een beetje geluk mocht ze morgen mee naar huis! Het was zo onwerkelijk! Heel toepasselijk klonk op de radio het liedje Miracle van Ilse de Lange. Nog steeds als ik dat liedje tegenwoordig hoor, ben ik weer terug bij dit moment.  Het is  onlosmakelijk verbonden met het gevoel van opluchting, blijdschap, ongeloof, dankbaarheid, ontroering.

Die nacht sliep ik heerlijk in. Morgen zou mijn kindje weer bij mij zijn. Lees in Kraamweek nachtmerrie deel 3 over de nasleep van Miss B’s hersenvliesontsteking.

Leave a Reply

CommentLuv badge

Instagram

Volg mij op Instagram!